De afgelopen jaren is er tijdens de tuinclub bijeenkomsten, steeds door een ander tuinclublid, een specifieke plant belicht. Hier kun je informatie vinden die over deze planten is verzameld. Bijvoorbeeld over de Hortensia, de Vlinderstruik, het Maarts viooltje, de Afrikaanse lelie, de Geranium, de Kerstroos en Rozemarijn. Kijk bij de berichten of zoek bij van A tot Z

dinsdag 29 maart 2011

Maarts viooltje

Kenmerken
Het maarts viooltje (Viola odorata) is een circa 15 cm hoge vaste plant uit de Viooltjesfamilie (Violaceae) die oorspronkelijk uit het gebied van West-Europa tot de Kaukasus en Koerdistan komt.
Daar is de plant vooral te vinden aan beschaduwde slootkanten, onder heggen, langs bermen, greppels en hekken en onder rozenstruiken. Ook worden ze veel als sierplant gekweekt.
In Nederland en België is de plant vrij zeldzaam is.

De alleenstaande violetkleurige bloemen met een witte voet op een lange steel hebben een fijne geur.
Er zijn vijf kroonblaadjes, waarvan het onderste een spoor draagt. Dat spoor is langer dan de aanhangsels van de kelkblaadjes.
Het Maarts viooltje bloeit van begin maart tot eind mei en soms ook in augustus/september.
De doosvrucht is bolvormig en behaard
Het blad is hartvormig, rond of aan de top spits toelopend. De bladrand is gekarteld.
De plant heeft een wortelstok met kruipende uitlopers
Het plantje verdraagt vorst tot -20 graden.

Teelt en Oogst
Maarts viooltje is een vaste plant die een vochthoudende goed doorlatende bodem op een standplaats in de half schaduw vraagt.
De plant kan gezaaid worden, maar laat zich ook vermeerderen door delen (in de herfst), of door stekken in voorjaar of zomer.

Deze plant wordt in zijn geheel geoogst en gedroogd (plant met wortels). Het oogsten gebeurt bij voorkeur bij het begin van de bloei, waarna ze snel worden gedroogd op een goed luchtige en droge plaats. Gaat het drogen te traag, dan kleurt de plant geel, raken de bloemen uitgebloeid en rijpen de zaden verder. Als het weer het toelaat, is het aan te bevelen om de planten afgedekt met wit papier te drogen op een droogrek in de zon.

Culinair gebruik
Het Maarts Viooltje is het enige geurige viooltje en geniet daarom vaak de voorkeur bij culinaire toepassingen van het bloempje. De prachtige blauwe bloemen sieren de sla of een borrelhapje.
Je kan ze versuikeren en verwerken in viooltjesazijn. Vul een potje met bloemen en overgiet ze met witte wijnazijn. Na enkele uren begint je azijn al te verkleuren. Laat de bloemen een week zitten en zeef ze er dan uit.

Voor thee doe je maartse viooltjes met andere kruiden (bijv. verse of gedroogde citroenmelisse, madeliefje, brandnetel, aardbeiblaadjes, pimpernel) in het theewater. De bloemen geven je thee een mooi kleurtje.

Medicinaal gebruik
De viooltjes worden ook gebruikt in combinatie met andere 'pectorale' kruiden bij de behandeling van aandoeningen van de luchtwegen (bijv. verkoudheid, bronchitus of gripale beelden). Ook als je last hebt van slijm kan dit heerlijke plantje een hand toesteken. Overgiet hiervoor 1 theelepel gedroogde viooltjes met kokend water. Laat dit 5 minuten trekken en zeef dan de bloemen er uit. Wacht tot de thee drinkklaar is en doe er dan een theelepel honing bij. Doe je de honing erbij als de thee te heet is, dan breek je de waardevolle bestanddelen van de honing af en dat zou jammer zijn.
Ook wordt van viooltjes wel een hoestsiroop gemaakt

Een andere belangrijke indicatie voor het gebruik van viooltjes zijn huidaandoeningen, zoals melkkorstjes, acné en eczeem.

De viooltjes hebben ook een diuretische werking. Bij gebruik van het kruid zal over het algemeen de hoeveelheid en de geur van de urine toenemen.

Gebruikte men het maarts viooltje vroeger vooral om ademhalingsstoornissen te behandelen, nu wordt de etherische olie uit de bloemen ook in de parfumindustrie gebruikt.

maandag 25 oktober 2010

Kerstroos, Nieskruid (Helleborus)

Een van de meest geliefde vast planten. Met name de vroege en opvallende bloei, de donkergroene en onkruidwerende bladerende en de geringe verkrijgbaarheid van mooie en bijzondere vormen maken dat deze plant op menig verlanglijstje staat. De plant komt oorspronkelijk uit Oost-Europa.

Naam
De naam Nieskruid dankt de plant aan de medicinale toepassing. De gedroogde, gemalen wortel deed de mensen bij opsnuiven flink niezen. De wortel is zeer giftig. De Grieken gebruikte het poeder bij krankzinnigheid en epilepsie. Tegenwoordig worden bestandsdelen van het poeder gebruikt in laxeermiddelen.

Familie
De Helleborus behoort tot de Ranunculaceae of borterbloemfamilie, waaronder ook de Delphinium, de Anemone en de Clematis behoren. Het geslacht heeft 15 soorten, 6 hybriden, enkele ondersoorten en vele cultivars. De grote verscheidenheid is de naamgeving zelfs voor Botanica zeer moeilijk.

Indeling
Aan de hand van de bloeiwijze zijn alle varieteiten verdeeld in 2 groepen
Caelescent groep    deze planten zijn stengelvormend; bloemen bevinden zich bovenaan de bladstengels.
                            Bijvoorbeeld Helleborus Foetidus, Helleborus Argutifolius
Acaulescent groep  een stengelloze groep;
                             Bijvoorbeeld Helleborus Niger, Helleborus Orientalis

Bloei
Kleuren van zuiver wit, zonnig geel, lichtgroen tot roze, donkerpaars en diep blauwzwart.
Nakomelingen varieren altijd wel iets van kleur. In bloei kopen bespaart je een verrassing.
Vanaf vlak voor kerst en zo’n 10 tot 12 weken lang.

Blad
Het blad varieert per soort van smal handvormig tot donker en leerachtig of als een parapluutje aan een stengel met een zilverachtige waas.
Kleur van het blad varieert van (grijs)groen tot aan purper.
Zomers is het blad op zijn mooist.
Standplaats
De Helleborus houdt van:
een (half)schaduw (geen middagzon) plaats,
niet teveel wind en/of tocht,
niet te natte voedselrijke grond (liefst klieige grond)

In potten
In grote pot gevuld met compost, leemgrond, grind en kalk
Tijdens de winter de pot ingraven
Kweken in de koude kas en tijdens de bloei buiten zetten.
Water geven in de schotel
Na de bloei (tot in juni) verpotten; oude grond verwijderen, herplanten in pot met verteerde mest, bladgrond, potgrond en scherpzand of grind.
Tijdens de groei regelmatig bijmesten.
Na augustus/september nog 2x met kalirijke meststof.

In de volle grond
Veel organisch materiaal in de bodem verwerken (bladgrond en kompost) en in het voorjaar een dikke laag mulch (met uitzondering van het hart van de plant)
Het liefst planten tussen half augustus en half oktober.
Plantafstand 45 tot 60 cm afhankelijk van de grootte van de soort.
Goede begieten.

Bemesting
In het najaar beendermeel en kalk inwerken.
Traagwerkende meststof geven.

Verzorging
Verwijder uitgebloeide bloemen.
Haal blad dat op de grond hangt weg ter voorkoming van de vlekkenziekte.
Verwijder ziek blad zo snel mogelijk.
Verwijder in de winter al het bladeren ter bevordering van de luchtcirculatie.
Let op slakkenvraat.
Verplaatsen van de plant in het late voorjaar, na de bloei.
Delen gaat moeilijk (het middendeel sterft af)
De zaden van een 3 jaar oude plant zijn levensvatbaar.
De plant zaait zichzelf uit of de zaden kunnen in juni-juli worden verzameld.

In bloei trekken
Oppotten in een ruime pot in september en weer ingraven.
In november pot in huis halen bij een constante temperatuur van 17 C.
Korte dage geven door de plant af te schermen van licht, geeft langere stengels.
Het resultaat is dat de plant bloeit voor de kerst.

Soorten
Orentalis               Rode bloemen, sterke stelen, Maart tot mei, 50 cm
Purpurascens          lange meeldraden in een tros overhangende bloemen
Foetidus                Diepe schaduw, rijke en lange groene bloei, knoppen voor de
winter en bloei tot in april. 50 cm
Odorus                  Sterke geur en bloei in maart-april.
Atrorubens            Paarss bloemen in februari tot april. Groeit in de natuur en
blijft niet groen.
Niger (kerstroos)   Bloeit van januari tot april. 30 cm.
Argutifolius           Bloeit lichtgroen van februari tot april, 40 cm.
Viridis                   Bloeit groen van februari tot april, 50 cm

Meer weten?
Helleborusgids van Grahm Rice en Elizabeth Strangman. ISBN9060974565

Afrikaanse Lelie (Agapanthus)

Botanische naam:Agapanthus
Nederlandse namen:Liefdesbloem, Afrikaanse lelie
Herkomst:oorspronkelijk uit Zuid-Afrika
Bloemkleur:blauw, wit
Bloeitijd:juni - september
Bloemhoogte:25-125 cm
Type:bladverliezend en bladhoudend
Bladkleur:licht tot donkergroen en bont
Toepassing:kuip/pot of border
Standplaats:zonnig
Water:gemiddeld
Grondsoort:vochthoudend / humusrijk / PH neutraal
Bemesting:eens per maand
Temperatuur:tot -5°C
Overwinteren:binnen of goed beschermd
Snoeien:niet nodig
Verpotten:Na de bloei of in het voorjaar

Geschiedenis
Agapanthus, ook bekend als Afrikaanse lelie, komt van oorsprong uit Zuid-Afrika. Sinds de zeventiende eeuw is de Agapanthus waarschijnlijk als bladhoudende plant in Europa verschenen.

Liefdesbloem
De Latijnse naam Agapanthus is afgeleid van het Griekse “agape” dat letterlijk liefde betekend en “anthos” dat voor bloem staat. De Agapanthus is dus een echte liefdesbloem.
De oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika hadden ook nog andere bedoelingen voor deze liefdesplant dan alleen maar sier. Zij hadden namelijk de traditie dat een bruid een ketting van gedroogde wortels van de Agapanthus droeg. De ketting zou een vruchtbare werking hebben en zorgen voor een geboorte zonder complicaties .Een moeder die haar eerste kind kreeg zou deze ketting altijd dragen zodat zowel moeder als kind gezond en gelukkig zouden zijn.

Verzorging
Een Agapanthus is een echte zonaanbidder en bijzonder geschikt als kuipplant voor op het terras of balkon. Plant de Agapanthus in een 4 liter pot of groter met een grondmengsel van 60% goede potgrond en 40% zand, metsel- of rivierzand, wel eerst even spoelen vanwege het zout. Het zand zorgt voor een goede drainage. Let wel op dat er een gat in de bodem van de pot zit zodat het overtollige water weg kan. Een Agapanthus houdt namelijk niet van “natte voeten”.
Zet de plant (eventueel op een schaal) in het voorjaar buiten op een zonnige plaats. Bij verwachting van nachtvorst de plant even beschermen met vliesdoek, bubbeltjes plastic of een jutezak. Geef de plant in de groeiperiode van april tot september regelmatig water op de aarde of schaal en van mei tot augustus eens per maand een klein handje voeding. Voor voeding kunt u koemestkorrels of N.P.K. korrels gebruiken. Verkrijgbaar bij tuincentra. N.P.K.= Stikstof, Fosfor en Kali in de verhouding 7.14.28 of 12.10.18. Te veel stikstof geeft een te weelderige groei van het blad en gaat ten kosten van de bloei.

Vorst
Na de bloei kan de plant buiten blijven tot de vorst zich aandient want Agapanthussen zijn niet winterhard. Temperaturen lager dan -5°C kunnen fataal zijn voor de plant. De bladverliezende soorten kunnen in de schuur of kelder worden bewaard. De bladhoudende in een kas of een andere lichte koele plaats (temperatuur max. 8°C). De eerste vorst van een paar graden kan de plant wel hebben. Zo krijgt de plant het seintje dat hij in rust moet gaan. Snoeien is niet nodig. Het blad en de bloemen verdrogen vanzelf en in het voorjaar haal je het er zo vanaf. Wil je wel snoeien, doe dat dan pas vanaf november. Staat de Agapanthus in de border dan kan de plant dus niet naar binnen. Je zult hem dan tot april moeten beschermen met een dikke laag bladeren of stro met een laagje plastic er tussen. Je hoeft geen water meer te geven gedurende de winter, de plant is namelijk in rust.

Kwekerij
Een kwekerij van Agapanthussen is te vinden in Hillegom, die ook opendagen heeft. De zogenaamde Piet Panthus dagen

P.J.H. Zonneveld B.V.
Veenenburgerlaan 118A
2182 DC Hillegom